ECLI:NL:RVS:2013:CA2066

Raad van State

Datum uitspraak
5 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
201102174/7/T1/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 8:72 AwbArt. 1.2.3 Besluit ruimtelijke ordeningArt. 30 planregels Landelijk Gebied 2001
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Landelijk Gebied 2009 voor agrarisch perceel te Hagestein

De raad van de gemeente Vianen stelde op 14 december 2010 het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2009" vast. [Appellante] stelde beroep in tegen het besluit, omdat zij meende dat delen van haar perceel ten onrechte de bestemming "Agrarisch" hadden gekregen terwijl deze in gebruik waren voor haar transportbedrijf.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij tussenuitspraak de raad opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen. De raad diende een nadere motivering in, waarop de Afdeling oordeelde dat de strook grasland aan de zuidkant van het perceel terecht de agrarische bestemming behield, maar dat de verharde strook grond onvoldoende was gemotiveerd en vernietigd moest worden.

De Afdeling overweegt dat het gebruik van de verharde strook door het transportbedrijf onder overgangsrecht viel en dat geen ruimtelijke of milieurechtelijke belemmeringen bestaan voor het gebruik daarvan. De raad is echter niet voldoende ingegaan op de motivering om deze strook niet als bedrijfsgrond te bestemmen.

De Afdeling vernietigt daarom het bestemmingsplan voor het agrarische deel van het perceel, behoudt de rechtsgevolgen voor de strook grasland en draagt de raad op binnen vier weken de vernietiging van de verharde strook in het elektronisch plan te verwerken. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].

Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor het agrarische deel van het perceel, behoudens de strook grasland, en de raad wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

201102174/7/R2.
Datum uitspraak: 5 juni 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante] en vennoten (hierna:[appellante]), gevestigd te Hagestein, gemeente Vianen,
en
de raad van de gemeente Vianen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 14 december 2010 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2009" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 mei 2012, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. A. Barada en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door J. Ariaans, zijn verschenen.
Bij tussenuitspraak van 31 oktober 2012, in zaak nr. 201102174/7/T1/R2, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 14 december 2010 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
Bij brief van 22 januari 2013 heeft de raad ten aanzien van het beroep van [appellante] een nadere motivering van zijn besluit van 14 december 2010 ingediend.
[appellante] is in de gelegenheid gesteld hierover haar zienswijze naar voren te brengen.
In reactie op schriftelijke vragen van de Afdeling hebben [appellante] en de raad nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak opnieuw ter zitting behandeld op 8 mei 2013, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. E. Kronemijer en W. de Leeuw, en de raad, vertegenwoordigd door J. Ariaans, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Bij de tussenuitspraak heeft de raad de Afdeling opgedragen om binnen 16 weken het besluit van 14 december 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2009", te herstellen door met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen het besluit alsnog toereikend te motiveren, dan wel het besluit te wijzigen door het vaststellen van een andere planregeling, voor zover dit besluit betrekking heeft op het perceel van [appellante] aan de [locatie] te Hagestein.
2. Gelet op de tussenuitspraak is het beroep van [appellante] tegen het besluit van de raad van 14 december 2010 gegrond. Dit besluit, voor zover het ziet op het plandeel met de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van het perceel [locatie] te Hagestein, dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) te worden vernietigd.
3. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad een nadere motivering van het besluit van 14 december 2010 ingediend bij de Afdeling. In deze nadere motivering is de raad ingegaan op de voorheen voor het perceel van [appellante] geldende bestemmingsplannen en op de omvang van het transportbedrijf van [appellante] ten tijde van de vaststelling van die voorheen geldende bestemmingsplannen.
4. [appellante] betoogt dat aan zowel een verharde strook grond aan de zuidkant van haar perceel als aan een strook grasland aan de zuidkant van haar perceel ten onrechte de bestemming "Agrarisch" is toegekend. Hiertoe wijst zij erop dat deze beide delen van haar gronden reeds geruime tijd in gebruik zijn voor haar transportbedrijf. In dit verband voert zij aan dat het aantal vrachtwagens dat zij in gebruik heeft zodanig is dat de strook grasland aan de zuidkant van haar perceel moet worden benut voor het parkeren van vrachtwagens.
4.1. De raad stelt dat aan de verharde strook grond aan de zuidkant van het perceel van [appellante] reeds in het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2001" een agrarische bestemming was toegekend. Nu het gebruik van deze strook in het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2009" wederom onder het overgangsrecht valt, zal handhavend worden opgetreden teneinde het met het plan strijdige gebruik van deze strook grond te beëindigen, aldus de raad.
4.2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellante] niet aannemelijk gemaakt dat de strook grasland aan de zuidkant van het perceel aan de [locatie] werd of wordt gebruikt voor de bedrijfsactiviteiten van het transportbedrijf. Dat niet alle vrachtwagens van het transportbedrijf tegelijkertijd op het perceel aan de [locatie] kunnen worden geparkeerd zonder gebruik te maken van de strook grasland maakt dat niet anders. Het is een feit van algemene bekendheid dat transportbedrijven bij een normale bedrijfsvoering niet al hun voertuigen tegelijkertijd op hun percelen parkeren. Uit het door [appellante] overgelegde fotomateriaal en de overgelegde overzichten van het wagenpark van het transportbedrijf kan evenmin worden afgeleid dat deze strook grasland voor het bedrijf in gebruik was. Gelet op het voorgaande heeft de raad aan de strook grasland aan de zuidkant van het perceel aan de [locatie] in redelijkheid de bestemming "Agrarisch" kunnen toekennen. Het betoog faalt.
4.3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat reeds het overgangsrecht van het bestemmingsplan "Herziening gebruiksvoorschriften 1995" op het gebruik van de verharde strook grond aan de zuidkant van het perceel [locatie] door [appellante] voor haar transportbedrijf van toepassing was.
Ingevolge artikel 30, onder b, onder 1, van de planregels van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2001" was het overgangsrecht van dat plan eveneens op dat gebruik van de verharde strook grond van toepassing, waardoor dat gebruik van de verharde strook grond onder dat plan mocht worden voortgezet.
4.4. De raad heeft niet betwist dat de verharde strook grond aan de zuidkant van het perceel ten tijde van het nemen van het bestreden besluit nog steeds werd benut voor de bedrijfsvoering van het transportbedrijf. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat geen ruimtelijke of milieurechtelijke belemmeringen bestaan voor de aanwezigheid van het transportbedrijf op het verharde gedeelte van het perceel. Verder heeft de raad te kennen gegeven voornemens te zijn bij een toekomstige herziening van het bestemmingsplan "Hagestein Dorp 2004" het transportbedrijf als zodanig te bestemmen. Gelet op het voorgaande dient de nadere motivering van de raad, dat het als zodanig bestemmen van de verharde strook grond op het perceel van het transportbedrijf van [appellante] niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, onvoldoende te worden geacht om het eerder geconstateerde motiveringsgebrek te herstellen.
5. Het beroep van [appellante] is gezien de tussenuitspraak gegrond. Het besluit van 14 december 2010 dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb, voor zover het ziet op het plandeel met de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van het perceel [locatie] te Hagestein.
Gelet op hetgeen onder 4.2 is overwogen heeft de raad het besluit van 14 december 2010, voor zover het ziet op de strook grasland aan de zuidkant van het perceel [locatie], alsnog toereikend gemotiveerd. Gelet daarop ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, zoals dit luidde ten tijde van belang, te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit van 14 december 2010, voor zover op dit punt vernietigd, in stand blijven.
Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.4 is overwogen heeft de raad het besluit van 14 december 2010, voor zover dat ziet op de verharde strook grond aan de zuidkant van het perceel [locatie] te Hagestein, niet alsnog toereikend gemotiveerd. Gelet daarop ziet de Afdeling geen aanleiding te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit van 14 december 2010, voor zover op dit punt vernietigd, in stand blijven.
6. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.
7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Vianen van 14 december 2010 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2009", voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van het perceel [locatie] te Hagestein;
III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit, voor zover vernietigd, in stand blijven voor zover dat besluit betrekking heeft op de strook grasland aan de zuidkant van het perceel [locatie] te Hagestein;
IV. draagt de raad van de gemeente Vianen op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de vernietiging van het in dictumonderdeel II genoemde plandeel, voor zover dat ziet op de verharde strook grond aan de zuidkant van het perceel [locatie] te Hagestein, wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;
V. veroordeelt de raad van de gemeente Vianen tot vergoeding van bij [appellante] en vennoten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1652,00 (zegge: zestienhonderdtweeënvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
VI. gelast dat de raad van de gemeente Vianen aan [appellante] en vennoten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. M.W.L. Simons-Vinckx, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van staat.
w.g. Hagen w.g. Broekman
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013
12-726.