ECLI:NL:RVS:2013:CA2031
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en ongegrondheid beroep tegen vergunning elektriciteitscentrale Eemshaven
Bij besluit van 22 juni 2012 verleende de staatssecretaris een vergunning aan RWE Eemshaven Holding B.V. voor de bouw en exploitatie van een elektriciteitscentrale aan de Eemshaven. Appellanten, waaronder een arts en bewoners uit Duitsland, maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege vermeend gebrek aan belanghebbendheid.
De Raad van State oordeelde dat appellant sub 2B niet-ontvankelijk was omdat hij geen zienswijze of bezwaar had ingediend en geen feiten had aangevoerd die dit konden rechtvaardigen. Appellant sub 1 woonde circa 180 kilometer van de centrale en appellant sub 2A circa 14 kilometer, wat volgens de Raad te ver was om een rechtstreeks belang aan te nemen.
Hoewel appellant sub 2A stelde dat zijn woning dichtbij Natura 2000-gebieden lag, was dit onvoldoende om een persoonlijk en actueel belang aan te tonen dat hem onderscheidt van anderen. De Raad bevestigde dat een louter gevoel van betrokkenheid niet volstaat voor belanghebbendheid.
De beroepen van appellant sub 1 en sub 2A werden daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het belanghebbendheidsvereiste bij bestuursrechtelijke procedures tegen milieugerelateerde vergunningen.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2B is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van appellant sub 1 en sub 2A zijn ongegrond verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid.