ECLI:NL:RVS:2013:CA2002
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring met inreisverbod
De minister voor Immigratie en Asiel trok op 26 januari 2011 de verblijfsvergunning van de vreemdeling in en verklaarde hem ongewenst. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk en vernietigde de ongewenstverklaring, waarna de minister het bezwaar tegen de ongewenstverklaring gegrond verklaarde en deze herroept, maar een inreisverbod oplegde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris had voldoende gemotiveerd op de ingebrachte bezwaren gereageerd en had het voornemen tot inreisverbod correct verzonden.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht een inreisverbod van tien jaar oplegde, aangezien de vreemdeling geen individuele omstandigheden had aangevoerd die een kortere duur rechtvaardigden. Ook werd bevestigd dat de staatssecretaris niet opnieuw hoefde te horen bij het besluit op bezwaar. Het beroep tegen het besluit van 13 april 2012 werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 13 april 2012 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.