ECLI:NL:RVS:2013:CA1998
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld wegens risico op onttrekking aan toezicht en belemmering uitzetting
De vreemdeling werd op 20 maart 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het risico dat zij zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, maar de staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de meerdere aanvragen tot verblijfsvergunning niet als zelfstandige gronden konden dienen voor bewaring. Ook andere omstandigheden, zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, ondersteunen het risico op onttrekking aan toezicht.
De Raad stelde vast dat de staandehouding rechtmatig was en dat geen minder ingrijpende maatregel dan bewaring doeltreffend was. Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Een verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.