ECLI:NL:RVS:2013:CA1995
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en bevestiging overige uitspraak
Bij besluit van 5 februari 2012 heeft de minister een vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en zond het beroep tegen het inreisverbod door als bezwaarschrift aan de minister. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het terugkeerbesluit geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, maar dat het beroep tegen het inreisverbod wel rechtstreeks bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. De rechtbank had ten onrechte het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk verklaard en het als bezwaarschrift doorgestuurd.
De vreemdeling had aangevoerd dat het inreisverbod onvoldoende gemotiveerd was, omdat de individuele omstandigheden, zoals zijn medische noodzaak en zijn relatie in Nederland, niet waren meegewogen. De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het inreisverbod niet werd verkort, ondanks de door de vreemdeling aangevoerde feiten.
Daarom werd het beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De rest van de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1416,00.
Uitkomst: Het inreisverbod van 5 februari 2012 is vernietigd wegens onvoldoende motivering; het beroep tegen het inreisverbod is gegrond verklaard.