ECLI:NL:RVS:2013:CA1994
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen en vernietiging uitspraak over verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 22 december 2009 wees de staatssecretaris een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep gegrond is. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat Nederland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening vanwege een vermeende mededeling over een vertrekmoratorium. De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling niet onder het vertrekmoratorium viel en dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit onterecht niet in stand heeft gelaten.
Verder oordeelt de Afdeling dat de rechtbank terecht het besluit van 22 december 2009 vernietigde wegens het ontbreken van een op de relevante documenten toegespitste standpuntbepaling, maar dat de rechtbank ten onrechte niet heeft vastgesteld dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. De Afdeling bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit volledig in stand blijven.
De Afdeling veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van € 472,00. Hiermee wordt het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze niet de rechtsgevolgen in stand liet en een nieuw besluit bepaalde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtsgevolgen van het besluit van 22 december 2009 blijven in stand.