ECLI:NL:RVS:2013:CA1341
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken gelegaliseerde geboorteakte en geldig reisdocument
Appellant verzocht om het Nederlanderschap, maar de minister wees dit verzoek op 13 juli 2011 af vanwege het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte en een geldig buitenlands reisdocument. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep op 8 mei 2012 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de Rijkswet op het Nederlanderschap vereist dat een verzoeker een geldig buitenlands reisdocument en gelegaliseerde documenten overlegt, tenzij sprake is van bewijsnood. Appellant had deze documenten niet overgelegd en had ook niet aangetoond dat hij in bewijsnood verkeerde. Hij voerde dat toepassing van het EVRM, met name artikel 8 en Pro 14, en het rechtszekerheidsbeginsel hem bescherming boden, omdat zijn vader en broer wel genaturaliseerd waren onder andere regels.
De Raad oordeelde dat artikel 8 EVRM Pro geen recht op verkrijging van nationaliteit geeft en dat het onderscheid in beleid tussen appellant en zijn familieleden geen discriminatie vormt. De beleidswijziging van 1 mei 2009 was tijdig bekendgemaakt en mag aan appellant worden tegengeworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.