ECLI:NL:RVS:2013:CA0709
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bekostiging weekeinde- en vakantievervoer naar Rijnlands Lyceum
Het college van burgemeester en wethouders van Emmen wees de aanvragen van appellante af voor bekostiging van het weekeinde- en vakantievervoer van haar zoon naar het Rijnlands Lyceum, omdat niet was aangetoond dat de eerdere school, de Internationale School Eerde, geen passend onderwijs meer bood.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat de Eerde niet langer geschikt was en dat het Rijnlands de enige passende school was. Zij ondersteunde dit met verklaringen van behandelaars en mediaberichten over misstanden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de Eerde niet langer toegankelijk of passend was. De verklaringen en mediaberichten betroffen algemene omstandigheden en boden onvoldoende bewijs dat de overstap noodzakelijk was. Ook was het college niet gehouden nader onderzoek te doen naar toepassing van de hardheidsclausule.
Ten slotte werd geoordeeld dat de vergoeding op redelijke gronden was gebaseerd op openbaar vervoer en dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat haar zoon niet zelfstandig kon reizen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college wordt bevestigd.