ECLI:NL:RVS:2013:CA0678
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J.J. Reuveny
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging huisverbod ondanks inzet hulpverlening
De burgemeester heeft het huisverbod opgelegd aan appellant en dit vervolgens met achttien dagen verlengd omdat het gevaar voor de veiligheid van medebewoners voortduurde. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen deze verlenging ongegrond. Appellant stelde dat hij bereid was mee te werken aan hulpverlening en dat zijn partner geen verlenging wenste.
De Raad van State overwoog dat het feit dat appellant bereid is mee te werken aan hulpverlening slechts een indicatie is dat het gevaar mogelijk is afgenomen, maar dat het van belang is of daadwerkelijk een reële aanvang met hulpverlening is gemaakt. Uit het zorgadvies bleek dat appellant vóór de verlenging niet bereid was afspraken te maken, zodat het gevaar niet was geweken.
Verder stelde de Raad dat het standpunt van de partner geen doorslaggevende rol speelt bij de beoordeling van het huisverbod. Appellant voerde ook aan dat hij na de verlenging wel meewerkte aan hulpverlening, maar het huisverbod was toen al afgelopen, zodat opheffing niet meer aan de orde was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verlenging van het huisverbod omdat het gevaar niet was weggenomen.