ECLI:NL:RVS:2013:CA0676
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- J.J. Reuveny
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor functie conciërge na zedendelict
De zaak betreft een hoger beroep tegen de weigering van de staatssecretaris om een verklaring omtrent gedrag (vog) te verlenen aan appellant voor de functie van conciërge bij een school. De weigering is gebaseerd op een veroordeling in 2004 tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens een zedendelict, namelijk feitelijke aanranding van de eerbaarheid en schennis van de eerbaarheid.
De staatssecretaris past de Beleidsregels VOG toe, waarbij een terugkijktermijn van twintig jaar geldt voor zedendelicten. Gelet op de aard van het delict en de functie met een gezagsrelatie, is de weigering gebaseerd op het objectieve criterium dat herhaling van het delict een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie en een risico voor de samenleving.
Appellant betoogt dat het delict gering was, dat hij al jaren zonder wangedrag in een kinderrijke omgeving werkt en dat de weigering evident disproportioneel is. De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium toepast en dat de weigering niet evident disproportioneel is, mede vanwege het beperkte tijdsverloop en de aard van het delict.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring omtrent gedrag bevestigd.