ECLI:NL:RVS:2013:CA0629
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking drank- en horecavergunning wegens slecht levensgedrag leidinggevende
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen en de burgemeester hebben op 4 april 2011 de drank- en horecavergunning en exploitatievergunning van Chardiné ingetrokken omdat een leidinggevende, appellant A, niet voldeed aan de eis van goed levensgedrag. De rechtbank Maastricht verklaarde het bezwaar van appellant A ontvankelijk en ongegrond en verklaarde het bezwaar van Chardiné ongegrond.
Chardiné en appellant A stelden dat de bestuursorganen vooringenomen waren en dat de intrekking onvoldoende was onderbouwd omdat de beschuldigingen niet door strafrechtelijke veroordelingen waren bevestigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college en de burgemeester voldoende feiten en omstandigheden hadden verzameld, waaronder aangiftes en verklaringen, die een ernstig vermoeden van slecht levensgedrag van appellant A onderbouwden.
De Raad van State verwierp het beroep op het verbod van vooringenomenheid en het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in het EVRM, omdat het bestuursrechtelijke besluit niet gelijkgesteld kan worden aan een strafrechtelijke procedure. De intrekking van de vergunningen werd als noodzakelijk geacht ter bescherming van de openbare orde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de drank- en horecavergunning en exploitatievergunning van Chardiné wordt bevestigd wegens het slechte levensgedrag van een leidinggevende.