ECLI:NL:RVS:2013:CA0622
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na verzoek overname asielaanvraag volgens Dublinverordening
De vreemdelingen dienden op 24 december 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De minister wees deze aanvragen bij besluiten van 29 februari 2012 af. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De vreemdelingen stelden in hoger beroep dat Nederland op grond van humanitaire gronden de Oostenrijkse autoriteiten had moeten verzoeken hun asielaanvragen over te nemen, omdat gezinsleden in Oostenrijk asiel hadden aangevraagd.
De Raad van State overwoog dat op het moment van indiening van de asielaanvragen in Nederland, namelijk 24 december 2011, nog niet was gebleken dat de gezinsleden in Oostenrijk een asielaanvraag hadden ingediend. Hierdoor was Nederland niet verplicht om op grond van artikel 15 van Pro de Dublinverordening de asielaanvragen aan zich te trekken. Ook is niet gebleken dat Nederland haar besluit om de aanvragen over te dragen aan Italië moest herzien.
De Raad concludeerde dat de Italiaanse autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvragen en dat deze autoriteiten de aanvragen van de gezinsleden kunnen overnemen, dan wel dat Oostenrijk kan instemmen met overname. De grieven van de vreemdelingen faalden en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.