ECLI:NL:RVS:2013:CA0596
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid rechtbank inzake beroep tegen inreisverbod en afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 28 maart 2012 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze besluiten bij de voorzieningenrechter, die zich onbevoegd verklaarde ten aanzien van het beroep tegen het inreisverbod en het beroep verder ongegrond verklaarde.
Zowel de vreemdeling als de minister gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak, maar dat het hoger beroep van de minister gegrond was omdat de voorzieningenrechter ten onrechte het beroep tegen het inreisverbod niet in behandeling had genomen.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de voorzieningenrechter zich onbevoegd verklaarde en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor behandeling en beslissing over het beroep tegen het inreisverbod. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten van de vreemdeling vast en bepaalde dat de rechtbank hierover beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor behandeling van het beroep tegen het inreisverbod.