ECLI:NL:RVS:2013:CA0139
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugvordering rijksbekostiging leerlingenvervoer en 3% inhouding salarissen
De minister van Onderwijs heeft bij besluit van 7 januari 2011 de rijksbekostiging voor de Algemene Hindoeschool over 2005-2007 gewijzigd vastgesteld en een bedrag teruggevorderd. De stichting maakte bezwaar, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de terugvordering van de 3% inhouding op salarissen betrof.
Zowel de stichting als de minister stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de beroepsgrond van de stichting over de overschrijding van de termijn van artikel 34a, tweede lid, Besluit bekostiging WPO buiten beschouwing liet, maar dat de termijn door een voornemen van de minister was verlengd, zodat het besluit tijdig was genomen.
Verder stelde de Afdeling vast dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de stichting de rijksbekostiging onrechtmatig had besteed aan het leerlingenvervoer, omdat de loonkosten daarvan volledig werden gedekt door een gemeentelijke subsidie. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister op het inspectierapport mocht afgaan.
Tegelijkertijd oordeelde de Afdeling dat de minister wel binnen zijn bevoegdheden was gebleven met het onderzoek naar de 3% inhouding op de netto salarissen van het personeel, die zonder toestemming werd ingehouden voor het leerlingenvervoer, hetgeen niet is toegestaan. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep van de stichting over het leerlingenvervoer ongegrond had verklaard en het beroep over de 3% inhouding gegrond had verklaard. De Afdeling verklaarde het beroep van de stichting gegrond voor het leerlingenvervoer en het beroep van de minister gegrond voor de 3% inhouding, en vernietigde het besluit van 1 juli 2011 voor het leerlingenvervoer. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de stichting.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt delen van de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de stichting en de minister gegrond, waarbij het besluit van 1 juli 2011 wordt vernietigd voor het leerlingenvervoer en de 3% inhouding wordt bevestigd.