ECLI:NL:RVS:2013:CA0113
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag en overdracht aan Hongarije conform Dublinverordening
De vreemdeling heeft in Nederland asiel aangevraagd, maar op grond van de Dublinverordening is Hongarije verantwoordelijk voor de behandeling van zijn aanvraag. De Hongaarse autoriteiten hebben de aanvraag afgewezen en Servië als veilig derde land aangemerkt. De vreemdeling stelde dat overdracht aan Hongarije in strijd is met artikel 3 EVRM Pro vanwege detentieomstandigheden, mishandelingen en het risico op een niet-inhoudelijke behandeling van zijn asielaanvraag.
De Raad van State heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de situatie in Hongarije, waarbij diverse rapporten van onder meer UNHCR, Amnesty International en Pro Asyl zijn betrokken. Hoewel er meldingen zijn van detentie en mishandelingen, is vastgesteld dat niet alle overgedragen vreemdelingen worden gedetineerd en dat er rechtsmiddelen bestaan tegen detentie. Ook is gebleken dat asielaanvragen inhoudelijk worden beoordeeld en dat beroep mogelijk is tegen beslissingen die Servië als veilig derde land aanmerken.
De Raad concludeert dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan Hongarije leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro of andere verdragsbepalingen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt dat Nederland de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag aan Hongarije toewijst. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.