ECLI:NL:RVS:2013:CA0112
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering en handhaving rechtsgevolgen
De vreemdeling diende op 7 juni 2012 een asielaanvraag in in Nederland, welke werd afgewezen door de minister (thans staatssecretaris) op 15 juni 2012. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet had vastgesteld dat de relevante documenten niet op de juiste wijze waren beoordeeld conform het arrest M.S.S. van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hierdoor was het beroep gegrond en werd de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. Het besluit van 15 juni 2012 werd eveneens vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling beoordeelde vervolgens of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven. Gezien de omstandigheden, waaronder het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de verbeteringen in de Hongaarse asielprocedure, werd besloten de rechtsgevolgen in stand te laten. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.