ECLI:NL:RVS:2013:CA0111
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en in stand laten rechtsgevolgen bij overdracht asielzoeker aan Hongarije
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond verklaarde. De vreemdeling betoogde dat overdracht aan Hongarije een reëel risico op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro inhoudt, vanwege detentie en mishandeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de situatie in Hongarije, waarbij zij onder meer rapporten van Pro Asyl, UNHCR en het Hungarian Helsinki Committee heeft betrokken. Hoewel er meldingen zijn van detentie en mishandeling, is ook vastgesteld dat niet alle overgedragen vreemdelingen worden gedetineerd, dat rechtsmiddelen tegen detentie bestaan en dat de Hongaarse autoriteiten maatregelen hebben genomen om de situatie te verbeteren.
De Afdeling oordeelt dat er geen grond is voor het oordeel dat de vreemdeling een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro na overdracht. Wel is het besluit van 3 april 2012 vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.