ECLI:NL:RVS:2013:BZ9732
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuw feiten of omstandigheden rechtvaardigen hernieuwde toetsing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 8 december 2010 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat bij besluiten van gelijke strekking als eerdere afwijzingen alleen toetsing plaatsvindt indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die aan het eerdere besluit kunnen afdoen.
De Afdeling concludeerde dat de door de vreemdeling aangevoerde stukken, waaronder een brief van zijn voormalige werkgever AKE Limited, niet als nieuwe feiten kunnen worden aangemerkt die het eerdere besluit kunnen beïnvloeden. Ook de algemene veiligheidssituatie in Irak was niet wezenlijk verslechterd.
Daarom is het hoger beroep gegrond, wordt de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die hernieuwde toetsing rechtvaardigen.