ECLI:NL:RVS:2013:BZ9730
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico op willekeurig geweld in provincie Logar, Afghanistan
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 31 oktober 2012 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de veiligheidssituatie in Afghanistan, en met name in de provincie Logar, sinds het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 13 oktober 2011 aanzienlijk was verslechterd, waardoor er een reëel risico op willekeurig geweld zou bestaan. De Raad van State oordeelde dat uit het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 4 juli 2012 bleek dat hoewel het oosten van Afghanistan onveiliger was geworden, de mate van willekeurig geweld niet zodanig hoog was dat bescherming op grond van artikel 29, lid 1, aanhef en onder b, sub 3, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) gerechtvaardigd was.
De Raad van State benadrukte dat de voorzieningenrechter niet alleen verwees naar jurisprudentie, maar ook de veiligheidssituatie aan de hand van de ingebrachte stukken had beoordeeld. Daarnaast toonden de door de vreemdeling overgelegde latere rapporten geen verslechtering die tot een ander oordeel zou leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.