ECLI:NL:RVS:2013:BZ9002
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugkeer vreemdeling wegens onjuiste kwalificatie terugkeerbesluit
De minister van Immigratie en Asiel heeft de vreemdeling bij besluit van 17 februari 2011 opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister en later de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de minister kennelijk ongegrond was. De staatssecretaris had ten onrechte gesteld dat de terugkeerplicht reeds was vastgesteld met een aanzegging van 14 september 2009, waardoor het terugkeerbesluit van 17 februari 2011 onverplicht en ten overvloede was genomen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en vernietigde het besluit van 19 juli 2011.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee werd de procedure voortgezet op basis van het geldende bestuursprocesrecht vóór de wetswijziging van 1 januari 2013.
Uitkomst: Het besluit van 19 juli 2011 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.