ECLI:NL:RVS:2013:BZ8715
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste motivering
De vreemdeling ontving aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 31 oktober 2002, die later werd omgezet in een vergunning voor onbepaalde tijd. Op 7 mei 2010 introk de minister van Justitie deze vergunningen met terugwerkende kracht, omdat werd gesteld dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt, met name door terugkeer naar Soedan en het aanvragen van visa.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat intrekking van de vergunning voor bepaalde tijd niet mogelijk was. Tevens was de motivering van de staatssecretaris onvoldoende concreet en ontbrak aannemelijkmaking van de intrekkingsgrond.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het intrekkingsbesluit, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee werd het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.