ECLI:NL:RVS:2013:BZ8705
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en niet-ontvankelijkverklaring beroep onterecht
De vreemdeling werd bij besluit van 24 maart 2011 opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. De minister verklaarde het bezwaar tegen dit terugkeerbesluit niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan belang omdat de vreemdeling onder de Dublinverordening viel.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het belang bij het terugkeerbesluit niet alleen ligt in de mogelijkheid tot bewaring, maar ook in het aanvechten van het rechtsgevolg dat de vreemdeling Nederland of de EU moet verlaten en in de mogelijke toekomstige grondslag voor een inreisverbod van vijf jaar.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens vernietigde de Afdeling het besluit van 3 augustus 2011 en het terugkeerbesluit van 24 maart 2011, omdat de staatssecretaris daartoe niet bevoegd was gezien de overdracht van de vreemdeling aan Italië op grond van de Dublinverordening.
De Afdeling bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €944,00 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep worden vernietigd en het beroep wordt gegrond verklaard.