ECLI:NL:RVS:2013:BZ8697
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtsgevolgen inreisverbod wegens onvoldoende motivering en hoor en wederhoor
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 2 februari 2012 een besluit genomen waarbij een vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand had gelaten, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom een inreisverbod van twee jaar was opgelegd en de vreemdeling niet de gelegenheid had gekregen om individuele omstandigheden aan te voeren die tot verkorting van het inreisverbod konden leiden. Dit was in strijd met artikel 11, tweede lid, van richtlijn 2008/115/EG en de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet en bevestigde de rest van de uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00 aan de vreemdeling voor rechtsbijstand door een derde partij.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en het respecteren van het hoor en wederhoor bij het opleggen van inreisverboden aan vreemdelingen, conform Europese en nationale regelgeving.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand liet en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.