ECLI:NL:RVS:2013:BZ8694
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel journalist
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Justitie op 15 juli 2010 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had getoetst aan het beoordelingskader voor de geloofwaardigheid van het asielrelaas, door een eigen oordeel te vormen over de journalistieke werkzaamheden van de vreemdeling en onvoldoende rekening te houden met de motivering van de staatssecretaris. De rechtbank had ook ten onrechte niet alle argumenten van de staatssecretaris besproken en verkeerde interpretaties gemaakt over de bewijsmiddelen.
De Raad van State stelde vast dat het aan de vreemdeling is om haar asielrelaas aannemelijk te maken en dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het verhaal van de vreemdeling onvoldoende overtuigend was. De zaak wordt daarom terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling, waarbij ook moet worden vastgesteld of bepaalde aanvullende stukken bij de beoordeling betrokken moeten worden.
Het verzoek van de vreemdeling om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, omdat de langere duur mede het gevolg was van haar eigen procesgedrag. De proceskosten in hoger beroep worden vastgesteld en de beslissing over vergoeding daarvan wordt aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.