ECLI:NL:RVS:2013:BZ8691
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdelingen
Bij besluiten van 30 januari 2012 heeft de minister aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten voor zover het inreisverboden betrof.
Zowel de vreemdelingen als de minister stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdelingen kennelijk ongegrond is, omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerden die het standpunt van de staatssecretaris konden weerleggen dat terugkeer niet in strijd is met het verbod op refoulement.
De Raad oordeelde tevens dat het inreisverbod rechtmatig bij een meeromvattende beschikking kan worden uitgevaardigd, waardoor het hoger beroep van de minister gegrond werd verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd.
De Raad toetste de besluiten aan de door de vreemdelingen aangevoerde gronden, waaronder het recht op gezinsleven en humanitaire omstandigheden, maar vond geen reden om af te zien van het inreisverbod of de maximale duur daarvan. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en dat van de minister gegrond, waarbij de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de beroepen worden afgewezen.