ECLI:NL:RVS:2013:BZ8685
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdelingen hebben aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie en Asiel bij besluiten van 22 april 2011 zijn afgewezen. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna zowel de vreemdelingen als de minister hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat bij besluiten van gelijke strekking als eerdere afwijzingen alleen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden toetsing door de bestuursrechter rechtvaardigen. De overgelegde documenten betreffen voornamelijk nationaliteit en identiteit en kunnen het eerdere oordeel over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas niet wijzigen. Andere documenten zijn niet nieuw of kunnen het eerdere besluit niet aantasten.
De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdelingen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de beroepen tegen de besluiten van 22 april 2011 worden alsnog ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzingsbesluiten van 22 april 2011 worden ongegrond verklaard.