ECLI:NL:RVS:2013:BZ8679
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring vreemdeling wegens ernstige strafbare feiten
De minister heeft op 10 december 2010 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en hem ongewenst verklaard vanwege ernstige strafbare feiten, waaronder verkrachting en diefstal met braak. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en schorste het besluit tijdelijk.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling een verblijfsrecht ontleent aan het Besluit nr. 1/80, maar dat dit niet beschermt tegen intrekking bij actuele en ernstige bedreiging van de openbare orde. Uit het strafdossier bleek dat de vreemdeling meerdere ernstige veroordelingen had, waaronder een gevangenisstraf van vijf jaar voor verkrachting en recidive na voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de actuele dreiging die het gedrag van de vreemdeling vormt, mede gelet op recidive en het niet naleven van voorwaarden. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring gehandhaafd blijven.