ECLI:NL:RVS:2013:BZ8670
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste toepassing ne bis in idem
De vreemdelingen hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie en Asiel op 11 juli 2011 werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond en wees hun aanvragen af. In hoger beroep klaagden de vreemdelingen dat de rechtbank ten onrechte hun aanvragen als herhaalde aanvragen had aangemerkt en daarmee het ne bis in idem-beoordelingskader had toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de besluiten van 11 juli 2011 besluiten van gelijke strekking waren als eerdere afwijzingen van verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd. Omdat het ging om verschillende soorten verblijfsvergunningen (bepaalde versus onbepaalde tijd), was het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing. Hierdoor was de toetsing door de rechtbank onvoldoende geweest.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor nieuwe behandeling en beslissing. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.