ECLI:NL:RVS:2013:BZ8409
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester over sluiting bovenverdiepingen wegens drugsaanwezigheid
De burgemeester van Maastricht legde op 23 augustus 2011 een last onder bestuursdwang op om de bovenverdiepingen van een pand te sluiten vanwege de aanwezigheid van verdovende middelen. De appellant, huurder van het pand, voerde aan dat de burgemeester ten onrechte alle verdiepingen als één woning had aangemerkt, terwijl sprake was van drie onzelfstandige woonruimten.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat niet was komen vast te staan dat alle verdiepingen als één woning konden worden beschouwd. Uit de rapporten bleek dat verdovende middelen slechts in één kamer waren aangetroffen en niet in de andere kamers. Bovendien was in Maastricht geen huisvestingsverordening die kamerbewoning reguleert, waardoor de feitelijke situatie bepalend is.
De Afdeling vernietigde het besluit van de burgemeester en het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het het besluit van 17 oktober 2011 betrof. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester tot sluiting van alle bovenverdiepingen wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.