ECLI:NL:RVS:2013:BZ7766
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning en ontheffing parkeren wegens onjuiste afstandsbepaling
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 13 september 2010 bouwvergunningen en ontheffing voor het oprichten van vijf woningen met dakterras en kapverdieping op het perceel Oosterweg 83 te Groningen. Appellanten, bewoners uit Groningen, stelden bezwaar tegen deze besluiten en voerden onder meer aan dat het college onterecht ontheffing verleende voor parkeren en dat de afstand tot parkeervoorzieningen onjuist werd gemeten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het college de afstand tot alternatieve parkeervoorzieningen hemelsbreed had gemeten, terwijl de geldende Nota Parkeernormen 2008 uitgaat van de loopafstand. Dit leidde tot een onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering van het besluit tot ontheffing parkeren.
Verder werd geoordeeld dat de brief van het college waarin werd gesteld dat geen bouwvergunning wordt verleend indien ontheffing vereist is, alleen betrekking had op ontheffing krachtens de Wet ruimtelijke ordening en niet op de Bouwverordening. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de besluiten van het college vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: De besluiten van het college Groningen worden vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering van de ontheffing parkeren.