ECLI:NL:RVS:2013:BZ7724
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bijgebouwen ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen verleende op 13 mei 2011 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een nissenhut en het uitbreiden van een garage op een perceel te Sprundel. Het bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan omdat het de oppervlakte van bijgebouwen buiten het bebouwingsvlak overschreed. Het college verleende de vergunning op grond van de Wabo en het Bor, stellende dat voor het bouwen geen vergunning was vereist, maar wel voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan.
De appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen vergunning voor het bouwen nodig was en dat het college niet bevoegd was om de vergunning voor het gebruik te verlenen. De rechtbank oordeelde echter dat de bouwwerken planologisch gerelateerd en functioneel verbonden zijn aan het hoofdgebouw en dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen.
Verder stelde appellant dat de achtertuin niet direct aansloot op een bedrijventerrein en dat er geen forse bijgebouwen aanwezig waren, en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom werd afgeweken van de aanduiding "W(z)". De Raad van State vond deze bezwaren onvoldoende, bevestigde dat de tuin grenst aan het bedrijventerrein en dat meerdere forse bijgebouwen in de omgeving aanwezig zijn.
De Raad van State concludeerde dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college de vergunning terecht heeft verleend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.