ECLI:NL:RVS:2013:BZ7712
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Weigering jachtakte wegens vrees voor misbruik en betrokkenheid in criminele kringen
Appellant verzocht om een jachtakte voor het seizoen 2011-2012, maar de korpschef van de politieregio Utrecht weigerde deze op grond van artikel 39 van Pro de Flora- en faunawet vanwege vrees voor misbruik. Deze vrees was gebaseerd op een proces-verbaal waarin appellant als tussenpersoon fungeerde bij een plan om een fabriek door brandstichting of ontploffing te beschadigen, waarbij hij contact had met personen uit criminele kringen.
De staatssecretaris verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond, en ook de rechtbank Utrecht oordeelde hetzelfde. Appellant stelde dat hij slechts incidentele contacten had en niet duurzaam in criminele kringen verkeerde, en dat er geen concrete aanwijzingen waren voor voortdurende betrokkenheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de contacten en betrokkenheid van appellant bij ernstige strafbare feiten, waaronder brandstichting, afpersing en wapenbezit, voldoende grond vormden om te concluderen dat hij in criminele kringen verkeerde. De tijd sinds de feiten was onvoldoende om het vertrouwen te herstellen. De Afdeling bevestigde daarom de weigering van de jachtakte en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de jachtakte bevestigd.