ECLI:NL:RVS:2013:BZ7654
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning ligplaats woonboot wegens bevriezingsbeleid
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel verleende aanvankelijk op 11 februari 2011 een vergunning aan appellant om met een woonboot een ligplaats in te nemen aan een locatie in Amsterdam. Later werd dit besluit herroepen en de vergunning geweigerd vanwege het bevriezingsbeleid dat het aantal woonboten ter plaatse niet mag laten toenemen. Appellant stelde dat de vergunning onterecht werd geweigerd omdat het bestemmingsplan de ligplaats toestaat en dat het bevriezingsbeleid niet als beleidsregel geldt.
De rechtbank oordeelde dat de Vob naast het bestemmingsplan geldt en dat het bevriezingsbeleid een vaste gedragslijn is, geen beleidsregel. Ook werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat geen concrete toezeggingen door het dagelijks bestuur waren gedaan. De Raad van State bevestigde deze overwegingen en oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht de vergunning heeft geweigerd op grond van het bevriezingsbeleid.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat het bevriezingsbeleid een legitieme grond is voor weigering, dat het bestemmingsplan niet in de weg staat aan dit beleid, en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een rechtmatig vertrouwen op vergunningverlening mocht ontlenen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de ligplaatsvergunning bevestigd.