ECLI:NL:RVS:2013:BZ7596
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening kinderopvangtoeslag 2008
De Belastingdienst heeft bij besluit van 4 januari 2011 de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2008 herzien en een bedrag van €1.284,00 teruggevorderd van de belanghebbende. De belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door de Belastingdienst ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond en vernietigde het herzieningsbesluit.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de belanghebbende had behoren te weten dat de toegekende tegemoetkoming hoger was dan de werkelijke kosten van kinderopvang, omdat de definitieve toeslag van €2.312,00 de werkelijke kosten van €1.410,50 oversteeg. Dit maakte toepassing van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awir mogelijk.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 3 april 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit kinderopvangtoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.