ECLI:NL:RVS:2013:BZ7520
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling erkend als familielid van EU-burger met behoud verblijfsrecht en intrekking verblijfsdocument vernietigd
De vreemdeling, gehuwd met een Bulgaarse vrouw die sinds toetreding van Bulgarije tot de EU in 2007 haar recht op vrij verblijf in Nederland uitoefent, werd geconfronteerd met intrekking van zijn verblijfsdocument en afwijzing van schadevergoeding.
De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf als familielid van een gemeenschapsonderdaan had, omdat zijn echtgenote genaturaliseerd was tot Nederlandse vóór de EU-toetreding van Bulgarije en zij nooit gebruik had gemaakt van haar recht op vrij verkeer. De vreemdeling stelde dat deze interpretatie onjuist was en dat zijn echtgenote haar rechten als Bulgaarse EU-burger kon blijven uitoefenen ondanks haar Nederlandse nationaliteit.
De Raad van State volgde dit standpunt en oordeelde dat het bezit van de Nederlandse nationaliteit niet afdoet aan de rechten die de referente ontleent aan haar Bulgaarse nationaliteit als EU-burger. De vreemdeling werd daarom erkend als begunstigde in de zin van de EU-richtlijn en als familielid van een EU-burger. Het besluit tot intrekking van het verblijfsdocument werd vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen op grond van de exclusieve regeling in de Vreemdelingenwet.
De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht en bevestigde de overige uitspraken. Hiermee werd het verblijfsrecht van de vreemdeling hersteld en de eerdere beslissing ongedaan gemaakt.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het verblijfsdocument van de vreemdeling wordt vernietigd en zijn verblijf als familielid van een EU-burger erkend.