ECLI:NL:RVS:2013:BZ5224
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bescherming in Kazachstan
De minister heeft op 18 oktober 2010 de aanvragen van de vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde deze besluiten. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat de minister terecht heeft onderzocht of de autoriteiten in Kazachstan in het algemeen bescherming bieden tegen een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Uit ambtsberichten en rapporten blijkt dat dergelijke bescherming aanwezig is, ondanks discriminatie en corruptie. De vreemdelingen hebben niet aannemelijk gemaakt dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos is, mede omdat zij geen bewijs leverden van de vermeende landelijke macht van de werkgever.
Verder oordeelt de Raad dat de staatssecretaris terecht geen verblijfsvergunning heeft toegekend op grond van traumatische mishandeling, omdat deze niet door overheidsinstanties of niet-beschermbare groeperingen is gepleegd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.