ECLI:NL:RVS:2013:BZ5222
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over hoorplicht en simultaan gehoor in vreemdelingenrecht
De minister van Buitenlandse Zaken wees een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, waarop de rechtbank oordeelde dat de minister een simultaan gehoor met de vreemdeling en referente moest organiseren. De minister stelde dat de gemachtigde te laat had gemeld dat referente niet kon verschijnen, waardoor het simultaan gehoor niet doorging.
De Raad van State overwoog dat de minister niet aan de hoorplicht had voldaan omdat de vreemdeling niet apart was gehoord, terwijl de minister ook geen toepassing gaf aan artikel 7:3 Awb Pro. De Raad stelde dat het niet verschijnen van referente niet betekende dat het recht op horen van de vreemdeling werd opgeheven.
De klachten van de minister over het niet uitstellen van de hoorzitting werden verworpen, mede vanwege eerdere jurisprudentie. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verbeterde de gronden en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep van de minister werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.