ECLI:NL:RVS:2013:BZ5215
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige identiteit
De staatssecretaris heeft op 20 november 2012 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage heeft dit besluit op 19 december 2012 vernietigd en bepaald dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van zijn overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Hij klaagde dat de voorzieningenrechter onterecht had geoordeeld dat hij het beroep van de vreemdeling op artikel 3 van Pro het EVRM inhoudelijk moest beoordelen, terwijl de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling volgens hem nog steeds ongeloofwaardig konden zijn.
De Raad van State oordeelde dat hoewel het gehele asielrelaas niet volledig geloofwaardig hoeft te zijn, voor een inhoudelijke beoordeling van het beroep op artikel 3 EVRM Pro wel vereist is dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van de vreemdeling niet ongeloofwaardig zijn. De voorzieningenrechter had ten onrechte zonder meer geconcludeerd dat het beroep inhoudelijk moest worden beoordeeld. Het hoger beroep van de staatssecretaris is daarom gegrond verklaard en hij dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak van de voorzieningenrechter en de Afdeling.
Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en de zaak is terugverwezen voor een nieuw besluit.