ECLI:NL:RVS:2013:BZ5211
Raad van State
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.L.M. van Loo
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens verantwoordelijkheid Italië
De vreemdeling diende op 22 december 2011 een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd op 2 januari 2012 afgewezen omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat nieuwe feiten en veranderde omstandigheden, waaronder rapporten van de Schweizerische Flüchtlingshilfe en Th. Hammarberg, een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Zij stelde dat zij als kwetsbare vreemdeling bij overdracht aan Italië een situatie tegemoet zou gaan die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte deze nieuwe feiten niet had meegewogen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kon worden aangenomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en het vonnis van de voorzieningenrechter, en verklaarde het beroep gegrond. Tegelijkertijd bepaalde zij dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de staatssecretaris voldoende heeft toegelicht dat voorafgaand aan overdracht contact wordt opgenomen met Italiaanse autoriteiten en rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die vereist is bij toetsing van overdracht aan een andere lidstaat onder de Dublinverordening, zeker bij kwetsbare vreemdelingen.
Uitkomst: Het besluit van 2 januari 2012 wordt vernietigd wegens onvoldoende toetsing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.