ECLI:NL:RVS:2013:BZ4948
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding planschade na bestemmingsplanwijziging
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van planschade door de stadsdeelraad van Amsterdam. Appellant is sinds 1987 eigenaar van een pand waarvoor onder het oude bestemmingsplan horecagebruik was toegestaan, maar deze gebruiksmogelijkheid verviel met het nieuwe bestemmingsplan van 1999, wat leidde tot waardevermindering en huurderving.
De kern van het geschil is of appellant het risico van het vervallen van de horecagebruiksmogelijkheid heeft aanvaard, omdat hij deze niet heeft benut in de periode dat het planologisch nadelige voornemen voorzienbaar was. De stadsdeelraad stelde dat dit het geval was vanaf 25 mei 1988 en dat appellant tot 31 augustus 1993 de tijd had gehad om het pand voor horeca te benutten.
Appellant voerde aan dat hij door gemeentelijke tegenwerking en noodzakelijke renovaties gehinderd werd en dat hij pas na gereedmelding van die werkzaamheden het pand kon tonen. Ook stelde hij dat hij het pand niet zelf exploiteerde maar wel pogingen deed een horecahuurder te vinden. De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij stelselmatig werd tegengewerkt en dat hij feitelijk had afgezien van horecagebruik door het pand in 1993 voor vijf jaar aan een traiteur te verhuren.
De Afdeling concludeert dat appellant het risico van het vervallen van de horecagebruiksmogelijkheid heeft aanvaard en bevestigt de eerdere uitspraak die het verzoek om schadevergoeding ongegrond verklaarde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade wordt bevestigd.