ECLI:NL:RVS:2013:BZ4449
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid staatssecretaris en motiveringsvereisten bij wijziging asielbesluit
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat het besluit van 18 mei 2011 niet deugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris had aanvankelijk in een voornemen van 12 januari 2011 het asielrelaas van de vreemdeling geloofwaardig geacht, maar kwam hierop terug in een nieuw voornemen van 22 maart 2011, dat werd herhaald in het besluit van 18 mei 2011.
De rechtbank vond dat het besluit onvoldoende motivering gaf waarom het eerdere standpunt was gewijzigd. De Raad van State oordeelt echter dat de staatssecretaris bevoegd is om van zijn eerdere beoordeling terug te komen en dat, omdat het eerdere standpunt in een voornemen en niet in een besluit was ingenomen, er geen wettelijke verplichting bestaat om in het besluit van 18 mei 2011 uitgebreid te motiveren waarom het nieuwe inzicht is ontstaan.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling door de rechtbank, waarbij de rechtbank ook moet beslissen over de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling met correcte motivering.