ECLI:NL:RVS:2013:BZ4420
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken concrete belangenafweging na asielaanvraag
De vreemdeling werd op 11 januari 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. Nadat hij op 12 januari 2013 de wens had geuit een asielaanvraag in te dienen, wijzigde de staatssecretaris de grondslag van de bewaring. De rechtbank wees het beroep van de vreemdeling af, maar het hoger beroep bij de Raad van State leidde tot vernietiging van dat vonnis.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet had voldaan aan de vereiste concrete belangenafweging zoals voorgeschreven in paragraaf A6/5.3.3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Het dossier bevatte geen expliciete motivering waarom de belangen van de bewaring zwaarder wegen dan die van de vreemdeling na diens asielaanvraag. De maatregel werd daarom onrechtmatig geacht vanaf 12 januari 2013.
De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend voor de periode vanaf die datum. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig vanaf 12 januari 2013 en wordt opgeheven met vergoeding aan de vreemdeling.