Uitspraak
200907149/1/R1) is het in beginsel niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening om in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen die bestemmingen mogelijk maakt die pas na afloop van de planperiode van tien jaar zullen worden verwezenlijkt. Dit betekent dat de raad reeds bij de beoordeling van het plan moet onderzoeken of een lokale vraag naar bedrijventerreinen aanwezig is.