Uitspraak
201007590/1/M1vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Medemblik verleende een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een paintballinrichting. Deze vergunning werd aangevochten door meerdere appellanten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moest beoordelen of appellanten nog belang hadden bij hun beroepen.
Per 1 januari 2013 trad een wijzigingsbesluit in werking dat het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht aanpaste. Hierdoor verviel de vergunningplicht voor het beoefenen van het paintballspel, wat voorheen onder een specifieke categorie viel. De Raad oordeelde dat appellanten niet konden volhouden dat hun belangen nog relevant waren, aangezien het nieuwe besluit paintballinrichtingen niet langer als vergunningplichtige activiteiten aanmerkt.
Daarnaast was de verleende vergunning niet onherroepelijk voor de inwerkingtreding van het nieuwe besluit, waardoor overgangsrecht niet van toepassing was. Dit betekende dat vanaf 1 januari 2013 geen vergunning meer vereist was en alleen de rechtstreeks werkende voorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden. Het procesbelang van appellanten was daarmee komen te vervallen en de beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor de paintballinrichting worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na wijziging van de milieuregelgeving.