Uitspraak
200803362/1) dient het door de psychiater in opdracht van het CBR verrichte onderzoek te worden aangemerkt als "een handeling ter beoordeling van de gezondheidstoestand of medische begeleiding van een persoon, verricht in opdracht van een ander dan die persoon in verband met de vaststelling van aanspraken of verplichtingen" als bedoeld in artikel 446, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: het BW). Aan [appellant] kwam daarom in beginsel het in artikel 464, tweede lid, aanhef en onder b, van Boek 7 van het BW genoemde inzage- en blokkeringsrecht toe. Hij diende op grond van die bepaling in de gelegenheid te worden gesteld mee te delen of hij de uitslag en de gevolgtrekking van het onderzoek wenste te vernemen. Uit het verslag van bevindingen is echter gebleken dat hij daartoe door de psychiater in de gelegenheid is gesteld en hij heeft verklaard hiervan af te zien. Hij behoefde daarom niet in de gelegenheid te worden gesteld mee te delen of hij van de uitslag en de gevolgtrekking als eerste kennis wenste te nemen teneinde te kunnen beslissen of daarvan mededeling aan het CBR mocht worden gedaan. Het betoog leidt daarom niet tot het oordeel dat het CBR door de uitslag van het onderzoek aan het besluit tot ongeldigverklaring ten grondslag te leggen heeft gehandeld in strijd met de artikelen 3:2 en 3:9 van de Awb.
201102258/1/H3, niet als relevant ondersteunend element.
201202701/1/A3, bestaat in een geval waarin de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin is gesteld, slechts aanleiding om de ongeldigverklaring niet in stand te laten indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat het CBR zich daarop niet heeft mogen baseren. Daarbij is het niet aan het CBR en niet aan de bestuursrechter om te beoordelen of voor het psychiatrisch oordeel voldoende feitelijke grondslag bestaat. Zoals de Afdeling voorts eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 24 november 2010 in zaak nr.
201002248/1/H3) leidt het meer dan eens onder invloed van alcohol besturen van een motorrijtuig niet vanzelfsprekend tot het medisch oordeel misbruik van alcohol.