Uitspraak
201010887/1/H1. Nu de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de als vergunningvrij aangemerkte delen niet door het college bij de toetsing van de aanvraag aan het bestemmingsplan behoefden te worden betrokken, heeft zij evenmin onderkend dat het niet krachtens artikel 21, vierde lid, onder a, sub 1, van de planvoorschriften ontheffing heeft mogen verlenen, aldus [appellant]. Hij verwijst daartoe naar de afstand van het bouwplan tot de zijdelingse perceelsgrens die met inbegrip van de op de tekening als omgevingsvergunningvrij aangeduide delen, minder dan 2 m bedraagt.
201010887/1/H1) is splitsing van een bouwplan dat uit verschillende onderdelen bestaat, waaronder mogelijk op zichzelf beschouwd niet-vergunningplichtige onderdelen, in beginsel niet mogelijk. Het bouwplan dient als één geheel te worden beschouwd. Een bouwplan kan alleen worden gesplitst indien het bestaat uit onderdelen die in functioneel en bouwkundig opzicht van elkaar kunnen worden onderscheiden. Van belang is of de inwerkingtreding van de Wabo verandering heeft gebracht in deze splitsingsmogelijkheden en of de rechtbank het college terecht is gevolgd in het maken van een onderscheid in de toetsing van het bouwplan. De Afdeling beantwoordt beide vragen ontkennend en overweegt daartoe het volgende.