Uitspraak
201002709/1/M1) kan een dergelijk voorschrift onverbindend zijn, indien het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift dan wel met een algemeen rechtsbeginsel.
Raad van State
De stichting Stichting Voortgezet Onderwijs Kerkrade verzocht de minister van Onderwijs om de scholengemeenschap College Nova Rolduc voor bekostiging in aanmerking te brengen. De minister wees dit verzoek bij besluit van 11 januari 2012 af omdat de scholengemeenschap niet voldeed aan de stichtingsnorm van minimaal 732 leerlingen zoals bepaald in artikel 65 van Pro de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).
De stichting maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de stichting beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat de minister terecht de indirecte meetmethode uit de Regeling voorzieningenplanning VO toepaste om het leerlingenpotentieel te bepalen.
De stichting stelde dat deze methodiek onbillijk was en in strijd met de vrijheid van onderwijs zoals neergelegd in artikel 23 van Pro de Grondwet, omdat onderzoek aantoonde dat er voldoende leerlingenpotentieel was. De Raad van State verwierp dit betoog en stelde dat de methodiek en de stichtingsnorm wettelijk zijn vastgelegd en niet in strijd zijn met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen.
De Afdeling concludeerde dat de minister geen ruimte had om af te wijken van de wettelijke methodiek en norm, ook niet gezien het aantal aanmeldingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van bekostiging gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bekostiging gehandhaafd.