ECLI:NL:RVS:2013:BZ1335
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende twijfel aan Iraakse nationaliteit
De vreemdeling werd in vreemdelingenbewaring gesteld op 26 november 2012 nadat hij zich niet had gepresenteerd bij de Iraakse autoriteiten voor zijn uitzetting. De staatssecretaris twijfelde aan zijn identiteit en Iraakse nationaliteit vanwege het ontbreken van documenten en het niet verschijnen bij geplande presentaties. De rechtbank oordeelde dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestond en wees het beroep af.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de staatssecretaris onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om de twijfel aan de nationaliteit te rechtvaardigen. Het ontbreken van documenten en het niet verschijnen kunnen ook andere motieven hebben. De bewaring was daarom onrechtmatig en kon niet worden gebruikt om de identiteit vast te stellen.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en kent de vreemdeling een schadevergoeding toe over de periode van bewaring. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend. De vrijheidsontnemende maatregel is inmiddels opgeheven, zodat een bevel achterwege blijft.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring was onrechtmatig wegens onvoldoende concrete twijfel aan de Iraakse nationaliteit, waardoor het beroep gegrond is verklaard en schadevergoeding is toegekend.