ECLI:NL:RVS:2013:BZ0506
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgang bij inreisverbod van tien jaar zonder lopende verblijfsprocedure
De staatssecretaris vaardigde op 24 april 2012 een inreisverbod van tien jaar uit jegens de vreemdeling, zonder dat er op dat moment een verblijfsprocedure aanhangig was. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit niet-ontvankelijk en stuurde het beroepschrift door als bezwaarschrift. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beroep tegen een dergelijk inreisverbod rechtstreeks moet worden behandeld en dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat tegen een separaat uitgevaardigd inreisverbod rechtstreeks beroep openstaat, ongeacht de duur van het verbod.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens stelt zij de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.