ECLI:NL:RVS:2013:BZ0435
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag minderjarig kind geboren na eerdere besluiten
In deze zaak gaat het om de afwijzing van asielaanvragen van vreemdelingen en hun minderjarige kind. De eerdere besluiten van 26 juli 2011 betroffen de ouders, maar niet het kind dat op 3 augustus 2011 werd geboren. De staatssecretaris heeft het verzoek van de ouders om de asielaanvraag ook voor het kind geldig te verklaren afgewezen met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat hij de aanvraag ten onrechte als een vervolg op eerdere besluiten beschouwde.
De voorzieningenrechter heeft dit oordeel niet onderkend en verklaarde het beroep van het kind ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het besluit van 25 juni 2012 voor het kind geen besluit van gelijke strekking is als de eerdere besluiten en dat de aanvraag van het kind als een eerste aanvraag moet worden beschouwd. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit voor zover het de afwijzing van de aanvraag van het kind betreft.
Omdat namens het kind geen zelfstandige asielmotieven zijn aangevoerd, blijft de afwijzing van de aanvraag in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. De Afdeling veroordeelt de staatssecretaris tevens tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen voor het kind.
Uitkomst: Het besluit van 25 juni 2012 wordt vernietigd voor zover het de afwijzing van de asielaanvraag van het minderjarige kind betreft, met in stand laten van de rechtsgevolgen en toekenning van proceskostenvergoeding.